Speerpunt 1: Instellen Brabants klimaatfonds

Speerpunt 1: Instellen Brabants klimaatfonds

Als kiezer heeft u er recht op om te weten waar ik voor sta en wat ik wil bereiken. Behalve mijn visie op Brabant wil ik u ook concrete plannen presenteren. In dit artikel bespreek ik mijn eerste punt: het instellen van een klimaatfonds. Klik op ‘lees verder’ om de uitwerking van het idee volledig te kunnen lezen of klik HIER voor het bijbehorende filmpje. Mocht u nog vragen hebben, neem dan gerust contact op.

Binnen het bredere thema duurzaamheid krijgt de energietransitie (de transitie van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie) op dit moment de meeste aandacht. Aandacht die zich, terecht, voor een belangrijk deel focust op de kosten die met deze transitie gepaard gaan. Het vervangen van gasleidingen, aanleggen van zonnepanelen of het veranderen van industriële processen kun je nu eenmaal niet gratis realiseren en kosten dus geld. Als CDA en ik als CDA-kandidaat vinden duurzaamheid, en daarmee ook de energietransitie, een belangrijk onderwerp en zelfs cruciaal voor de toekomst van onze provincie. We willen dan ook geld vrij maken om de verduurzaming te realiseren. Mijn eerste speerpunt is dan ook het opzetten van een: klimaatfonds.

Met dit klimaatfonds wordt inzichtelijk gemaakt wat de inzet en het commitment van de provincie is. Daar komt bij dat er met heldere, bij voorkeur bestuurlijke afspraken, relatief eenvoudig geld kan worden weggezet in concrete projecten waarmee Brabantse burgers en ondernemers aan de slag kunnen. Daarnaast verleid het ook andere partners in de energietransitie om de eigen inzet inzichtelijk te maken en hierover het gesprek aan te gaan en afspraken te maken. Wat bovenal belangrijk is, is dat met een dergelijk fonds duidelijke afspraken gemaakt kunnen worden over de wijze waarop dit geld wordt ingezet en wat er wel en niet mee mag gebeuren. Ik zal daarbij een drietal uitgangspunten benoemen die voor mij cruciaal zijn. Maar voor ik dat doe wil ik kort nog even stil staan bij twee begrippen die vaak in het debat door elkaar worden gebruikt: financiering en bekostiging.

Intermezzo: Financiering vs. Bekostiging

Op dit moment vliegen in het debat over de energietransitie grote bedragen heen en weer over de totale kosten van deze opgaven. Hierbij worden met gemak bedragen genoemd in de orde grootte van 1000 miljard. En hoewel de juistheid van deze bedragen vaak te betwijfelen valt, en totdat het PBL een raming heeft gemaakt het vooral schattingen zijn, staat vast dat er veel geld gemoeid is met de energietransitie. Dit zijn echter niet altijd kosten die bekostigd moeten worden. Veel van de bedragen die genoemd worden zijn financieringsbehoeften, oftewel de behoefte aan geld vooraf om ‘iets’ (een zonnepark, isolatie van huizen, een warmtenet) te realiseren. Bij veel van deze projecten is er alleen sprake van het vooraf kunnen opbrengen van het benodigde geld en verdient dit geld zich op termijn terug doordat lasten (waaronder bijvoorbeeld de gas- en elektriciteitsrekening) lager zijn omdat je bijvoorbeeld je eigen elektriciteit opwekt. Hiermee ben je dus op den duur goedkoper uit en levert de duurzaamheidstransitie het zelfs geld op.

Hiermee ben je dus op den duur goedkoper uit en levert de duurzaamheidstransitie het zelfs geld op.

Dat betekent overigens niet dat op dit moment alle investeringen zich ook volledig zelf terugverdienen. Of dat je er zelfs geld aan kunt verdienen. Van bepaalde investeringen is het lastig om ze op dit moment terug te verdienen omdat bijvoorbeeld er nog te weinig markt is en het daardoor duur is om een enkel apparaat te maken (bijv. warmtepomp). Het kan ook zo zijn dat de uitgangspositie slechts is waardoor er extreem veel geld geïnvesteerd moet worden om een hedendaags niveau te halen (oude woningen waar heel veel geïsoleerd moet worden). In deze gevallen kun je met je investering maar een deel terugverdienen en maak je dus kosten (ook wel de onrendabele top genoemd). Van een aantal uitvindingen of uitgangspositie is er op dit moment sprake van een onrendabele top en dus van eventuele kosten. Deze zijn echter bij lange na niet in de orde grootte van 1000 miljard. Daar komt bij dat deze kosten deels ook kunnen worden verlaagd door bij voorbeeld de productiekosten te verlagen door grote bestellingen te plaatsen of een andere oplossing toe te passen mocht de uitgangspositie niet meehelpen.

Afspraken klimaatfonds

Hierin kan ook de provincie met het klimaatfonds een rol spelen. Daarbij is het wel belangrijk om een aantal afspraken vooraf goed duidelijk af te spreken.

  1. Zorg dat het geld dat wordt uitgegeven een maximaal, integraal resultaat behaald. Oftewel, geef geld uit dat nu en in de toekomst de meeste Brabanders (in)direct helpt.
  2. Maak onderscheid in financiering en bekostiging en volg voor beide een aparte strategie. Oftewel, geef geld uit aan voor rendabele en niet rendabele investeringen maar wel volgens een duidelijke eigen plan.
  3. Zet het geld zo in dat het ook investeringen van burgers en bedrijven uitlokt en er zo een vliegwielfunctie ontstaat. Oftewel, 2 is meer dan 1 dus probeer van iedere provinciale euro ook een extra euro elders vandaan te halen.